“Het verleden kan ons alleen maar inspireren”

De jonge, dynamische kunstenaar Emry Demirci (1989) werd geboren in Genk. Als autodidact perfectioneerde hij zich in de schilderkunst. Zijn portretten zijn realistische, bijna fotografische benaderingen van personen uit heden of verleden waarmee hij zich verbonden voelt wegens hun bijdrage aan kunst en geschiedenis. In iedere compositie slaagt hij erin een mystieke, nostalgische sfeer op te roepen die onbevangen werelden en tijdperken verzoent.

 

Emry Demirci voelde altijd al de drang om kunst te maken. “Mijn ouders vroegen zich vaak af waar die interesse vandaan kwam. Het zat blijkbaar in me. Dat werd pas echt duidelijk toen ik Herman Maes, mijn leerkracht en zelf een begenadigd kunstenaar, leerde kennen. Hij is door onze voedende gesprekken nog altijd een constante in mijn leven en een belangrijke factor in mijn ontwikkeling als kunstenaar.”

Demirci wist al vroeg wat hij wilde maken en hij beschikte over een enorme hoeveelheid wilskracht, alleen de techniek ontbrak aanvankelijk. “Ik krijg vaak de vraag hoe ik het toch volhoud zo gedetailleerd te schilderen. Het draait erom dat je jezelf kunt trainen in geduld. Veel mensen willen onmiddellijk het resultaat van hun werk zien, maar zo werkt het niet. Goede kunst maken vraagt tijd. Het aanleren van geduld krijg je later trouwens terugbetaald in tijd. De verworven behendigheid zorgt ervoor dat je efficiënter leert werken. Zo werkt gezond perfectionisme. Gematigdheid kan voor verlichting zorgen. Ik vind trouwens dat het scheppen van dingen een eigenschap is die aan het hogere kan worden gelinkt. Het is een geestelijke activiteit die me dichter bij mezelf brengt en me zo toelaat een hoger esthetisch bewustzijn te ontwikkelen.”

Appreciatie

 

“Toen ik les volgde aan de academie, was er een enorme belangstelling voor mijn werk”, vervolgt de kunstenaar. “Men vroeg vaak verbaasd of ik in mijn laatste jaar zat, terwijl ik pas tweedejaars was. Appreciatie doet veel met een mens, het moedigt evolutie aan. Ik had mezelf door positieve energie al zo kunnen opwerken dat die extra boost me nog meer kracht gaf. Ik durfde bijgevolg mijn werk aan een groter publiek kenbaar te maken via sociale media. De positieve feedback van mijn volgers zorgt ervoor dat ik de batterijen steeds opgeladen hou voor nieuwe uitdagingen.”

 

“Kunst is veel meer dan het bestuderen van lijnen en vormen, ook inhoudelijk gaat er flink wat studie mee gepaard”, stelt Demirci. “We heben allemaal een achtergrond. Ik ben geïnteresseerd in geschiedenis, vooral de late 19de tot het midden van de 20ste eeuw. Die periode met een veelvoud aan inspirerende stijlen is eigenlijk een beetje de rode draad in mijn werk. Schilders die me onder andere boeien, zijn Mark Rothko, Salvador Dali, Henri Matisse en William-Adolphe Bouguereau. Daarnaast heb ik een passie voor de kunst uit Istanbul die in diezelfde vernieuwende periode tot stand kwam. De Ottomaanse Islam begon tijdens de 16de eeuw stilaan afstand te doen van het verbod op figuratieve schilderkunst en nam een voorbeeld aan de Parijse school. Kunststudies in Parijs werden tijdens de 19de eeuw aangemoedigd en Ottomaanse sultans namen hofschilders van Italiaanse en Russische afkomst in dienst.”

Voorbeelden

 

Zelf is Demirci gefascineerd door het werk van Fausto Zonaro (1854 – 1929) en van Osman Hamdi Bey (1842-1910). “Zonaro was de allerlaatste Ottomaanse hofschilder. Zijn werk bevat vooral landschappen en taferelen uit het dagelijkse leven in Istanbul. Ik schilderde tweemaal zijn portret. Hamdi Bey was de directeur van de eerste academie voor beeldende kunsten in Istanbul. Zijn werken waren voor die periode baanbrekend, ook omdat hij vrouwenportretten schilderde in oosterse religieuze taferelen. Hij ging daarbij als oriëntalist te werk. Oriëntalisten waren meestal Europeanen, terwijl hijzelf van oosterse origine was. Dat kwam vermoedelijk door zijn opleiding in Parijs en doordat hij tevens archeoloog was. Het tijdperk, de personages en het nauwkeurige werk van mijn voorbeelden hadden een enorme invloed op mijn persoonlijke evolutie.”

Religie

 

“Ik heb niet de persoonlijke ambitie om een bruggenbouwer te zijn tussen oost en west, maar als mijn werken daarvoor kunnen zorgen, vind ik dat wel mooi. Ik ben geboren in Europa, maar mijn roots liggen in het Midden-Oosten. Door mijn Europese bagage ontstaat er een mix van realisme en impressionisme in een waas van mystiek. In mijn werk De Pion kan je dat goed zien. De vloer is strak en Europees, het matje is oosters”, legt Demirci uit. Zijn interesse in geschiedenis staat los van een politieke of religieuze overtuiging. “Toch mogen we niet vergeten dat de prachtigste werken ontstaan zijn vanuit religie. Zo is het christendom enorm rijk aan kunst en cultuur. Neem bijvoorbeeld het wereldberoemde Lam Gods van de gebroeders Van Eyck. Het wordt als een van de hoogtepunten van de Europese cultuur beschouwd. Daar mogen we als Belgen echt wel trots op zijn. En waarover gaat dat veelluik? Over religie. Soms hoor ik dat mensen geen kerk willen bezoeken omdat ze bijvoorbeeld atheïst zijn. Alle respect voor hun overtuiging, maar denk eraan dat je in je stamboom vast zelf wel mensen zult tegenkomen die wel geloofden. Toch delen dezelfde achtergrond, jullie geschiedenis zit in jullie DNA. Daarom moet je er niets speciaals mee doen. Je er bewust van zijn en eventueel proberen te begrijpen volstaan. Geschiedenis kan volgens mij alleen maar inspireren”, besluit de kunstenaar.

TERTIO

3 juni – nr. 1060

 

Interview door Veerle Deknopper